Activiteitenverslag 2010

Activiteitenverslag 2010

Tijdens de  eerste helft van 2010 werd een groot deel van de syndicale activiteiten ingenomen door de voorbereiding van  het campagne voeren voor  de medische verkiezingen, die plaatsvonden tussen 2 en 17 juni (zie infra). De BVAS behaalde hierbij een globaal resultaat van 63,19% (RIZIV- cijfers, blanco en ongeldige stemmen inbegrepen) of 70,52 % (BVAS cijfers, blanco en ongeldige stemmen niet inbegrepen).

 

Na de medische verkiezing die de meerderheidspositie van het BVAS nogmaals heeft  bevestigd  evolueren we verder binnen een zorgwekkende politieke en financiële context met paralysie van het systeem. Dit heeft onmiddellijke consequenties voor het Federaal beleid van de gezondheidszorg en het opstellen van het budget 2011 voor de honoraria van de artsen.

 

Voor de eerste maal zullen we in 2011 geconfronteerd worden met een stagnatie van het budget.

We krijgen geen budgetten voor nieuwe initiatieven in de nomenclatuur. Enkel wat reeds beslist was in de TGR wordt in overweging genomen en desgevallend gefinancierd via o.a. de bezuinigingen in de klinische biologie en in de medische beeldvorming, een deel van de indexering van de specialistische geneeskunde ( de helft in de medische beeldvorming en een derde voor alle andere medisch-technische verstrekkingen)De netto overschrijding in het budget nomenclatuur urgentiegeneeskunde, die geraamd wordt op +/-  30 miljoen €, is inherent aan het systeem dat destijds tegen het advies van de technisch geneeskundige raad werd ingevoerd door minister Demotte zelf. Een deeltje van de besparingen die her en der worden genomen worden geïnjecteerd in de spoedgevallenzorg (impact: € 8,276 miljoen).  

 

In werkelijkheid hebben we ook niet te maken met een stagnatie maar voor de eerste maal met een regressie van het budget. De bescheiden toename van het globale budget, dekt geenszins de vastgestelde groei van de behoeften. Er is een groot risico dat deze trend zich zal doorzetten de volgende jaren. We hebben er dus alle belang bij nauwlettend te controleren hoe de nomenclatuurverschuivingen via de TGR door de medico-mut geïmplementeerd zullen worden.

Het behoud van de beschikbaarheidshonoraria, die niet mogen opgeslorpt worden in het ‘urgentiebudget’,  en die een belangrijke  toename van het budget vergen, is daar een mooi voorbeeld van.

 

De aanbevelingen in het rapport van de Commissie voor Begrotingscontrole, een bijna persoonlijk document van de Heer Pol Verhaevert dat aan de pers gelekt werd vooraleer het werd goedgekeurd door deze commissie, zijn naar onze mening niet relevant. Jammer genoeg vond de oproep van Verhaevert  tot “nulgroei” grote weerklank in de algemene media en gehoor in politieke kringen.

 

Het in het rapport van de begrotingscontrolecommissie aangehaalde comité voor de revisie van de nomenclatuur zag nooit het daglicht, maar dit is niet de schuld van de artsen, maar wel van de minister die er al jaren niet in slaagt een volgens haar “geschikte” voorzitter te vinden. Men mag trouwens niet alle heil verwachten van een volledige herziening van de nomenclatuur. Dit is een gigantisch werk dat jaren in beslag zou nemen en dat ook in het buitenland zijn beperkingen heeft aangetoond.

 

De TGR  en de medico-mut leveren uitstekend ‘monitoringwerk’ van de nomenclatuur in functie van nieuwe voorstellen en financiële mogelijkheden met permanente correcties bij overschrijding van de budgettaire vooruitzichten.

 

De Commissie voor Begrotingscontrole dient realistische rapporten op te maken die rekening houden met de historiek van de uitgaven.

 

De artsen hebben, in alle redelijkheid, steeds hun verantwoordelijkheid genomen, wat niet altijd kan gezegd worden  van de politieke wereld die stilaan het land naar een institutionele en financiële chaos leidt. De politieke overgangsperiode waarin we verzeild zijn geraakt lijkt oneindig te worden en hierdoor blijven tal van uitvoeringsbesluiten en wetten gewoon in de la liggen. Meerdere dossiers blijven hierdoor aanslepen, waaronder de uitvoering van de no fault-wetgeving, de publicatie van Impulseo III, de inwerkingtreding van het GMD plus,het beschikbaarheidshonorarium voor de specialisten,  …

De BVAS engageert zich om zich de komende vier jaren opnieuw ten volle in te zetten om de belangen van huisartsen én specialisten te verdedigen. We blijven ijveren voor de verdere opwaardering van de intellectuele prestaties, maar tevens voor het beschikbaar stellen en het correct honoreren van adequate medisch-technische verstrekkingen. Bovendien zullen we er naar streven het artsenberoep ook sociaal en familiaal aantrekkelijker te maken. Dergelijk programma realiseren in de context van besparingen is de uitdaging die we willen aangaan.

Volledig activiteitenverslag 2010